Hij heeft zijn linkerhand onder zijn rechter verscholen. Tot dusver weet hij dat zij inderdaad een drukke baan heeft, gescheiden is, en haar zoon zes jaar oud is. Ze hebben tweeënhalf dranken op. Hij rode wijn. Zij rosé. Hij durft het niet aan om een borrelhapje te bestellen. Een zachte bries passeert en brengt verkoeling.
Zij heeft donker haar dat tot vlak boven haar schouders valt. Ze kijkt naar het opgelichte zwembad dat vanaf de terras te zien is en ‘s avonds een groen-blauwe gloed heeft. Haar bruine ogen spiegelen de golven in het water.
Zij draait zich naar hem.
“Ben je getrouwd?”
“Geweest.”
Hij kijkt weg. Tilt zijn rechthand van zijn linker en hangt hem boven zijn glas.
“12 jaar geleden verloor ik mijn vrouw aan de zee.”
Zij is stil.
“Sindsdien heb ik geen vrouw gehad. Geen vriendin.”
Hij neemt een slok.
“Ik wil geen vrouw. Ik heb een vrouw gehad. De mooiste die er was. Haar geur draag ik overal met mij mee. De warmte van haar liefde voel ik nog iedere dag om mij heen. En overal waar ik haar voel, staart de leegte mij aan. De leegte.. Die leegte is de schaduw van alle rijke herinneringen die ik heb.”
Het is stil. Krekels in de verte. Op het terras zitten niet veel mensen meer. Van binnenuit klinkt er muziek. Drie mannen zitten aan de bar. De twee giechelende dames van vanavond hangen over hun kleurrijke cocktails en bekijken de mannen aan de bar vanaf een veilige nabijheid.
“Ik wil de leegte ontsnappen.”
Hij ziet dat zij onder de indruk is van zijn verhaal. Hij excuseert zich voor de heftigheid van wat hij verteld heeft.
“Ik vind het prachtig hoe je jouw vrouw lief hebt. Ik zag de ring liggen op je nachtkastje. Heb je kinderen?”
“Geen kinderen.”
Hij leunt achterover en kijkt naar de hemel. Hij ziet de sterren en de belichte wolken. Alles daarboven is in beweging.
Voor het eerst sinds tijden voelt hij de vragende blik van de stoel tegenover hem niet.
“Pardon. Ik wil u niet storen, maar we moeten het terras helaas om één uur sluiten. Als u wilt, kunt u binnen nog zitten tot half twee. Ik breng u drankjes dan wel naar binnen.”
“Dank u wel. Dat komt goed.”
Zijn glas is leeg. Haar glas houdt nog een slok in.
“Ik vond het heel mooi om je te spreken. Maar ik ben nu heel moe en mijn kleine is ‘s ochtends vroeg op.”
“Natuurlijk. Dank je wel voor je gezelschap.”
“Geen dank hoor. Hoe lang blijf je hier nog?”
“Tot vrijdag.”
“We kunnen morgenmiddag misschien nog verder praten. Het voelt vreemd dit hierbij te laten. Wij vertrekken overmorgen. ”
Binnen aan de bar is er nog één man overgebleven. Verder is er alleen nog de serveerster en de barman. Ze lopen langs de lange bar naar de lift.
Terug op hun verdieping grabbelt ze in haar handtas naar haar kamerpas. Ze staan bij haar deur.
“Nogmaals bedankt.”
Hij is een kop groter dan zij is. Hij voelt dat hij haar over haar kalme gelaat wil strelen. Zij beweegt een hand naar zijn borst. Zij komt dichterbij staan en kust hem op zijn wang.
Hij draait zich om, loopt zijn kamer in. De leegte tegemoet.
Hij laat de deur open.