Een nacht in Shanghai II

Al sinds mijn jongere jaren zei mijn vader altijd: “Jij gaat het ver schoppen.  Verder dan ik ooit zal komen. Dat is mijn droom die jij zal leven. Maar je gaat alles kwijt raken. Omdat je totaal geen besef hebt van de waarde van alles om je heen. Kijk, ik heb hard gewerkt voor iedere cent. Jij hebt je talent, je hersenen, en ouders die alles voor je deden. Ik hoop dat de dag dat je de wereld leert waarderen eerder komt dan dat je het nodig zult hebben. Laat je je niet inhalen door die dag.”

De gedachte aan die woorden alleen al maakt mij nederig. Ik ben ook een fucking kleuter. Ik ben ook nooit opgegroeid. Op geen manier voelt dit als een spel die te resetten valt. Woorden zo duidelijk, en toch heb ik mij laten inhalen. Ik heb haar niet gewaardeerd. Ze was onmogelijk mooi. God, ik krijg rillingen als ik aan haar denk.

Met mijn gezicht in de kuip van mijn handen, leunend met de ellebogen op mijn knieën, zit ik hier dan. De rand van het bed voelt als de rand van de diepste afgrond. Ik ben op mijn hotelkamer. De nacht is ingevallen. De maan is op een dag na volwassen. Binnen laat ik het donker.

Ik wil mij zelf zien bloeden. Een mes zou zomaar die wens willen vervullen. Ik wil mij dieper pijnigen, zoals mijn bonkende hart uit mijn romp rukken en opeten. Hoeveel mannen hadden haar niet meer gewaardeerd dan ik. Zij hadden haar meer verdiend. Daar heeft ze gelijk in. Een man die de wereld voor haar over zou hebben.

Aan een bar aan de andere kant van de wereld ontmoetten wij elkaar. Zij kwam naast mij zitten en zei niets. Ik zei ook niets, maar bleef naar haar kijken. Zij had hét. Ik had net opgetreden met mijn band. Zij was één van de 50 mensen in het broederig lokaal. Het intieme van ons muziek delen met een kleine aanhang gaf een enorme voldoening. Zij was anders dan de meisjes die normaal op mij afstapten.

Op mijn muziekschool, waar ik wel eens gitaarles gaf om de eindjes aan elkaar te knopen, leerde zij graag van mij de gitaar bespelen. We kwamen dichter tot elkaar. In die dagen was de muziek voller en de snaren lichter. Het was voor ons de cocon waar wij, met z’n tweeën, in gingen leven. Samen kropen wij eruit om te fladderen als vlinders, zo verliefd. Geholpen door druppels ghb en ander spul waanden wij ons op wolken van liefde.

Mijn muziek, maar vooral zij. Alles wat ik nodig had om gelukkig te zijn. Mijn leven was fantastisch. We hadden steeds meer optredens onder de naam ‘Fresh Rust’. Bijklussen was niet meer nodig. Zij was mijn muze. Haar werken, ze is een visueel kunstenares, waren altijd vol kleur en passie. Warm, treffend. Soms dacht ik dat kijken naar haar schilderingen op gelijke voet stond met de liefde met haar bedrijven.

De band maakte steeds betere muziek. We werden blij van de harmonie in ons werk. Samen konden we een groter huis kopen. Het werd er een woning boven een oud opslagplaats. We verbouwden het tot haar galerie, en onze liedjeshemel. En we gaven wilde feesten. En het maakte niet uit hoeveel mannen haar aanspraken. Aan het eind van de dag hadden we iets dat zuiver was.

Haar werken sloegen aan. Ze werd over de wereld uitgenodigd. ‘Fresh Rust’ wisselde van gezichten. Ik bleef staan. Internet bracht ons wereldwijd naar onbekende plekken, waar onze fysieke aanwezigheid slechts een kwestie van tijd werd. Ik zag haar steeds minder. Ik merkte dat aan onze muziek. Zij verloor kleur. Volgens haar verkocht het beter. Ik denk, dat het aan mij lag.

Zij was net afgestuurd van de hogeschool. De andere zij. Ze wilde in onze wereld leven. De wereld van feesten, optredens, aanbeden worden, ons bezuipen, laat opstaan, vloerkleden onderkotsen en weer feesten. En dat vervolgens een werkweek noemen. Ik wilde haar erbij, eerst als stagair, later in dienst. Voor de agenda, boekingen. Zij was goedkoper dan die oplichter die zich artiestenmanager noemende. En ze had die frisse straatwijsheid op zak om minstens net zo goed te zijn.

Hannah. Maandag. Ze kwam mij opzoeken in Shanghai. Een tentoonstelling waar ik niet van wist. Ze wilde me verrassen met een bezoekje aan ons optreden. En daarna, net als vroeger, de energie uit ons lijf werken. Wat ze niet wist, wat deze drama starte, was dat ik mijn energie al een tijdje bij een ander liet weg vloeien. In eerste instantie dacht ik dat het kamermeisje te vroeg kwam schoonmaken.

Tot ik haar recht in de ogen keek, en besefte. Ze zei niets. Ook toen niet.

[wordt vervolgd…]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *