Houd economische argumenten buiten vluchtelingendebat

In het debat over vluchtelingen in Nederland zetten voor- en tegenstanders hun standpunten kracht bij door het gebruik van economische argumenten. Sommige voorstanders wijzen op de bijdrage van vluchtelingen aan de economie en arbeidsmarkt. Tegenstanders halen naast xenofobe redenen ook de kosten van opvang en jarenlange bijstand aan. Naast dat deze economische benaderingen verwerpelijk zijn, geven deze vaker een irrelevant of zelfs onjuist beeld van de werkelijkheid.

Tegenstanders wapperen maar al te graag met de meer dan de miljard euro aan uitgaven die de overheid maakt voor opvang. Rechtse opinieblogs verwelkomden dan ook luidkeels het artikel van Yvonne Hofs (Wat kost een vluchteling nou?) om aan te tonen dat vluchtelingen ons inderdaad bakken met geld gaan kosten. Niet alleen nu, maar ook decennia lang. De kern in deze argumentatie is dat vluchtelingen ons veel geld kosten, en de huidige werkzoekenden kansen op de arbeidsmarkt zullen ontnemen.

Enkele voorstanders zien in vluchtelingen ‘human resources’ om in te zetten in de productie van meer welvaart. En dus zijn zij welkom. De Amsterdamse wethouder Kasja Ollongren sprak de wens uit om hoogopgeleide Syriërs naar de hoofdstad te halen om een start-up community te starten. Naar het voorbeeld van Joods-Russische vluchtelingen in Tel Aviv.

De waarheid is dat er geen business case te maken is op basis waarvan het debat over opvang kan worden beslecht. Niet alleen omdat dit een onethische benadering is voor de vraag óf mensen in nood geholpen moeten worden of niet; ook omdat iedere poging van becijfering zeer beperkt de kosten en baten kan vatten.

Wat kost een vluchteling nou?

Als voorbeeld het betoog van Hofs. Onder de mom van het niet willen ontwijken van taboevragen poogde zij een kostenplaatje schetsen voor de opvang van vluchtelingen. Zij rekende ons voor dat vluchtelingen in het verleden behalve de opvang, ook jaren overheidsgeld hebben gekost doordat een aanzienlijk deel van hen in de bijstand belandde. Tot een totaalbedrag per vluchteling komt zij niet. Op basis van een selectieve opsomming uit het verleden, spreekt wel zij haar vermoeden uit dat ook nu vluchtelingen netto ontvangers zullen zijn van overheidsgeld. Ze maakt nog een kleine kanttekening over de lage arbeidsparticipatie van vluchtelingen. Ze sluit af met de woorden dat liefdadigheid nu eenmaal geld kost.

Of er met dat betoog een taboe is doorbroken, weet ik niet. Wel weet ik dat het een irrelevante poging is om het debat in economische termen te benaderen. De uitgangspunt voor de kostenberekening van Hofs zijn de staatsfinanciën. In lijn met haar beredenering zou Nederland een gefaalde staat zijn. Wij zijn tenslotte generatie na generatie netto ontvangers. Ons opgebouwde staatsschuld is getuigt hieraan. Toch behoort Nederland tot de rijkste landen ter wereld. Hoe dit kan? De reële economie.

Hoeveel dragen vluchtelingen bij aan de economie

Om een beter begrip te krijgen wat de komst van vluchtelingen voor effect heeft op onze economie dienen we de overheidsuitgaven te bekijken als geld dat door de overheid in de reële economie wordt gepompt. Welhaast alle uitgaven aan vluchtelingen, ook alle uitkeringen, komen rechtstreeks in ons economisch systeem. De vraagzijde van de economie wordt gestimuleerd: er ontstaat behoefte naar meer arbeidskrachten. Van ambtenaren die opvang en registratie moeten regelen tot bouwvakkers die nodig zijn voor het bouwen van meer woningen. Tel hierbij ook de uitgaven van vluchtelingen op in bijvoorbeeld de supermarkt. Omdat vluchtelingen weinig vermogen hebben als zij hier komen, geven zij ook maximaal het geld uit dat zij ontvangen. Bijna al dit geld stroomt één-op-één de Nederlandse economie in. Dit levert een zogenaamd vliegwiel-effect op dat uiteindelijk er toe leidt dat iedere euro die de overheid steekt in vluchtelingen, er een meervoud hiervan terugkomt in vormen van loonheffingen en BTW. Hoezo netto ontvangers?

De economen van Credit Suisse schreven in een recent rapport aan hun cliënten over de positieve bijdrage van vluchtelingen aan de economie. Volgens hen kan door het vliegwiel-effect de economie in de eurozone 0,2%-0,3% extra groeien. De groei zou hiermee 23% hoger uitkomen dan nu is geprognotiseerd. Daarnaast verwacht Credit Suisse dat ook op de lange termijn vluchtelingen een positieve bijdrage kunnen hebben aan de economie. Op een vergrijzende arbeidspopulatie kunnen zij banen opvullen die hard nodig zijn om de Europese economie draaiende te houden. Tussen 2015-2023 kunnen zij meer dan 18% toevoegen aan de jaarlijkse groei van onze inkomsten.

Bijstand

Bij dit laatste punt dient een kanttekening te worden geplaatst. Zeker in het geval van Nederland. Hoewel het in absolute termen een marginaal aantal is, is het waar dat een relatief hoog percentage voormalig vluchtelingen in de bijstand belandt. Hierbij moet worden gekeken naar de specifieke omstandigheden in Nederland. Hofs haalde in haar betoog aan dat Nederland een zeer ruime welvaartsstaat kent. Hiermee wekt zij de suggestie dat vluchtelingen hier komen om te teren op ‘onze hard verdiende centen’.

Vluchtelingen in het verleden mochten in eerste instantie niet of zeer beperkt werken. Bovendien is een deel van deze groep minder arbeidsgeschikt door fysieke en psychologische problemen. Deze mensen zijn immers benarde levensomstandigheden ontsnapt. In de tussen ontvingen zij zeer nauwelijks taal- en vakonderwijs. Buitenlandse diploma’s werden niet op waarde geschat. Pas na jaren dat ze mochten blijven, werden zij met een opgebouwde afstand tot de arbeidsmarkt eindelijk toegelaten. En zeker niet op de laatste plaats stonden bedrijven onvoldoende open: de structurele arbeidsmarktdiscriminatie in Nederland zorgde voor de rest. Knappe vluchteling die alsnog aan een baan is gestart.

Kansen

Neem als voorbeeld de groep Somalische vluchtelingen die in de jaren 90 ons land bereikten. Een aanzienlijk deel van hen wilde ondernemen en in Nederland werd het hen zowat onmogelijk gemaakt om een bestaan op te bouwen. Hierop vertrokken zij naar Groot-Britannië waar zij vervolgens tal van succesvolle ondernemingen begonnen en daarmee ook hun lotgenoten aan banen hielpen.

Dit keer hebben enkele bedrijven en ook VNO-NCW hun armen open voor vluchtelingen. Door tekorten aan o.a. technisch personeel op de arbeidsmarkt wordt er nu gekeken of de nieuwe vluchtelingen opgeleid kunnen worden naar functies met schaarste. De Nederlandse Spoorwegen alleen hebben al 4.500 functies te vervullen in de techniek en IT. Ook Randstad kijkt naar manieren om deze vluchteling klaar te stomen voor de arbeidsmarkt. Deze houding kan het verschil maken of vluchtelingen daadwerkelijk bij mógen dragen aan onze economie.

Dit positief beeld ten spijt: een rekensom mag niet aan de basis van ons besluit om wel of geen vluchtelingen op te nemen. De economische benadering kan slechts als middel fungeren om de schaarse middelen die we hebben zo effectief mogelijk in te zetten om mensen te helpen. Dit debat heeft geen zogenaamde taboedoorbrekende kostenberekeningen nodig; dit debat heeft humaniteit nodig.