Erasmusbrug

Met mijn voeten in het pasgemaaide gras sta ik aan de oever. Ik kijk uit over het water. De donkere rivier wordt overspannen door de met helder licht beschenen Zwaan. Vrij natuurlijk trekt zij mijn blik zodra ik haar opmerk. Het is een eeuwige flirt. Ze is jonger dan ik ben. Voor haar is dat onbelangrijk. Vanaf het eerste moment staat ze trots en aanbiddelijk als het gezicht van de stad, en zal dat blijven zonder een ‘tot en met’ zoals wij sterfelijken die kennen.

Ze is eigenaardig. Ze speelt met een ieder. Met haar lijnen steekt zij af tegen de diepte van de nacht. Hier op afstand ben ik veilig voor haar macht de benen te verzwakken. Zij is op geen manier slechts een civiel technisch bouwwerk. Zij is op geen manier slechts een brug. Daar is ze simpelweg te aanwezig voor in ieders fotoalbum.

Het gaat verder. Soms denk ik wel eens, ik wil haar tot leven brengen. Ik wil graag een strijkstok zo groot hebben dat ik haar tuien kan bespelen. Ik wil haar horen. Ik wil haar verhalen horen. Zij die zoveel leven heeft gezien. Zij die geen dageraad heeft gemist. Zij die een harp is voor de goden. Een stille getuige.

Zou zij gewacht hebben op mij? Op dit moment waarop ook voor haar de tijd niet langer levenloos dwaalt in dezelfde ruimte die zij dient? Zou zij ons in al haar elegantie een rivier van tonen bieden die ons naar een zee van delirische isolatie zou voeren? Zou zij haar verdriet omzetten in een luchttrilling van ongekende magnitude die ons allen zou omstoten?

Ik kijk naar haar. Misschien ís ze wel verdrietig. De vernedering van haar tentoongestelde kruis. Vastgebonden tussen twee oevers. Twee wallen; geen aarde. Ik zie een reflectie van haar. Als ze mijn kant op zou kijken zou ze mij misschien op hetzelfde golvende vlak ontmoeten. Het is echter donker. Haar licht weerkaatst onbeantwoord.

Ik zie een tram over de brug gaan. Een lichtrups die over een blad kruipt. Misschien is ze wel slechts een civiel technisch bouwwerk. Een brug. Een ranke, prachtig ontworpen oeververbinding en niet meer dan dat. De wereld onbekend als de dame die ik noem.

Ze blijft onverveeld op haar wacht. Ze houdt zich statig en stil. Onbewogen. Ik zie haar kunst. Ik hoor haar. Ik hoor haar toch zeker.

Winter

Soms beeld ik mij in dat het ook nu gewoon zomer is. Het enige verschil is dat nu de airco te hoog staat. Of dat je vanuit de hitte de koelafdeling van een supermarkt inloopt. Ineens voelt de kou dan toch een beetje minder koud aan. Misschien zelfs aangenaam.

Liefde voor Oorlog

De bitterzoete oorlog is bitter en zot.

Er wordt gevuurd met vlinders. De granaten versplinteren zich tot boeketten van kleurrijke bloemen. Duiven vliegen over en werpen zinderende bommen van vloeiend caramel. Martelaars grijpen in hun borstkas en rukken hun laatste wapen uit het lijf: hun gevulde hart.

Dit is het verhaal van een oorlog zonder front. Een oorlog leger dan vele soldaten. Een strijd zonder krachten. Een strijd zonder macht.

Dit is het verhaal van een man en een vrouw op een klein veld in een groot gebied ergens heel dichtbij in een land ver weg.

Het schild dat verbeelding heet

Wij zien de wereld zoals wij hem willen zien. Wij zien mensen zoals wij ze willen zien. Wij leven ieder moment in onze eigen verbeelding.

Onze emoties en gevoelens komen voort uit de interactie tussen onze verbeelde wereld en de ‘echte’ wereld. Zo ook in de liefde. Wij beelden ons in dat iemand perfect is. Precies is zoals je wilt dat iemand zou moeten zijn voor jou. Welkom in de staat van verliefdheid. Wanneer blijkt dat diegene toch niet is zoals wij hoopten, dan zij we verdrietig. Ik geloof dat dat de kloof tussen de verbeelding en de realiteit diepe wonden kan slaan.

Voor mij is echte liefde wanneer de verbeelding van iemand overeenkomt met wie die persoon werkelijk is. Wanneer wij op geen enkele manier de verbeelding ons zicht op de realiteit laten ontnemen. Echte liefde is niet blind. Simpelweg omdat alleen dan de werkelijkheid is zoals wij hem wensen. Wij leven dan letterlijk onze droom.

Onze verbeelding kan een nare schild zijn tussen ons en de werkelijkheid. Geluk kan niet worden bedacht, maar slechts gevonden worden. Niet in de wereld waarin wij leven, maar in die wereld waarin wij ook sterven.

Door

Het water rimpelt rond de druppel
Die het oppervlak telkens doorprikt.

Ik sta naast de vijfer
Maar voel de regen niet

Ik sta in de regen
Maar voel de druppels niet

Wanneer het water niet meer rimpelt
De druppel niet meer prikt

Prikt de afwezigheid mijn oppervlak
Door.

Truthful

“To be persuasive we must be believable; to be believable we must be credible; to be credible we must be truthful.” –Edward R. Murrow