Tijd

Ze liep voor mij uit.
Met haar lonkende benen.
Met haar verleidelijke passen.

Eerst begreep ik niet
dat ik achter haar aan wilde.
En ik groeide op
groot en sterk
haar in te halen.

Haar te verleiden
haar passeren te laten
voor mij.

Maar ze sprak niet terug.
Ze liep door.

Vermoeid, en weemoedig
van onze uitgebleven
ontmoeting,

haakte ik af.

Zij liep door.

Ik niet meer.